Steun ons en help Nederland vooruit

Congresvoorstel duurzame partijfinanciën

Op Congres 110, op 9 november, ligt een voorstel van het landelijk bestuur voor, ‘Duurzame Partijfinanciën‘.

Al bijna een jaar is het landelijk bestuur bezig om voorstellen voor te bereiden, waarbij het niet duidelijk is welke problemen er nu precies moeten worden opgelost. Bij dit voorstel worden twee hoofdredenen gegeven:

  1. De vereniging houdt zowel centraal als decentraal (in de afdelingen en regio’s) weerstandsreserves aan. Dat zou onnodig dubbelop zijn
  2. Landelijk heeft een accountant die vindt dat de landelijke weerstandsreserve een half miljoen te laag is, en dat de decentrale weerstandsreserves niet mogen meetellen op landelijk niveau (ondanks dat we juridisch gezien 1 vereniging zijn), omdat in geval van calamiteit (acuut liquiditeitstekort), de decentrale reserves niet snel genoeg naar landelijk zijn te halen.

Dit zijn de belangrijkste redenen waarmee het voorliggende voorstel wordt onderbouwd. Het voorstel komt erop neer dat landelijk in een keer haar weerstandsreserve wil aanvullen door de afdelingen en regio’s gedwongen een deel van hun opgebouwde reserves te laten afstaan. Per afdeling gaat dit in veel gevallen om duizenden euro’s. Voor veruit de meeste afdelingen gaat het in totaal om ongeveer 25% van de bij elkaar gespaarde reserves. Bovendien is het een open-einde regeling: als landelijk het weerstandsvermogen weer daalt kan het worden aangevuld door een nieuwe bijdrage van de afdelingen en regio’s.

Al bijna een jaar ageren verschillende leden in de vereniging tegen de redenatie, tegen het voorstel en tegen het proces waarmee een en ander tot stand is gekomen. Samengevat komen onze belangrijkste bezwaren neer op:

  1. Het is maar de vraag of er werkelijk een probleem is. Er zijn ook accountants die vinden dat het decentrale weerstandsvermogen wel mag meetellen en dan is het ‘probleem’ ook opgelost
  2. Als je vindt dat dit echt een probleem is, kun je het ook oplossen door goede afspraken te maken met de afdelingen en regio’s over hoe zij hun weerstandsreserves in geval van acute nood snel beschikbaar kunnen maken voor de landelijk penningmeester
  3. Het landelijk bureau is in eerste instantie meegegroeid met de vereniging. Toen echter de ledengroei stokte, is het landelijk bureau nog een tijdje doorgegroeid, zowel in personele zin, als in out-of-pocket uitgaven. Net als afdelingen en regio’s zou het landelijk bureau prudent met zijn geld om moeten gaan en bezuinigen en sparen wanneer dat nodig is.
  4. Het is een open-einde regeling. Wanneer het landelijk weerstandsvermogen te laag wordt bevonden kan er altijd weer geld worden opgehaald bij afdelingen en regio’s. Paradoxaal genoeg kan dat zelfs (of juist) gebeuren als het goed gaat met de vereniging. Naarmate de omzet stijgt zal de accountant vinden dat er meer weerstandsvermogen moet zijn. Dit dreigt te gebeuren nu de Tweede Kamer heeft besloten dat er meer subsidie naar landelijke politieke partijen moet gaan.
  5. Er wordt een vreemd verband gesuggereerd met afdelingen die het financieel moeilijk hebben. Onze indruk is dat afdelingen en regio’s best bereid zijn bij te dragen aan het steunen van dergelijke afdelingen, maar daar hoeft niet deze hele operatie voor te worden opgetuigd.
  6. Er zit nog een voorstel aan te komen, dat erop neerkomt dat de eerste 3% van de afdracht van lokale en regionale bestuurders en fractieleden structureel dient te worden overgemaakt aan het landelijk bureau. Als afdelingen en regio’s dan zelf nog inkomsten willen hebben, dan moet de afdracht voor bestuurders en fractieleden dus worden verhoogd. Het landelijk bestuur heeft ervoor gekozen om dit voorstel nog niet te agenderen, terwijl het naar ons idee juist zou zijn om in een keer alle voorstellen m.b.t. partijfinanciën in een keer en in samenhang te behandelen.
  7. Tot slot de procedure: het congresvoorstel is veel te laat bekendgemaakt, waardoor het voor veel afdelingen en regio’s niet meer mogelijk was om een reglementair correct uitgeschreven AAV or ARV te organiseren.

Om deze redenen zullen we op het congres een ordevoorstel indienen, dat erop neerkomt dat het voorstel van de agenda dient te worden gehaald en op een volgend congres opnieuw en tijdig dient te worden geagendeerd, in samenhang met eventuele andere voorstellen die het landelijk bestuur heeft met betrekking tot de partijfinanciën.

Voor het geval dat ordevoorstel niet mocht worden aangenomen, hebben we dit amendement ingediend, met steun van 40 leden, van diverse afdelingen en met diverse rollen: bestuurders, wethouders, fractievoorzitters, etc. De bezwaren tegen het voorstel zoals het er nu ligt worden kennelijk breed gedeeld. Het amendement zorgt ervoor dat het plan zoals het er nu ligt niet wordt aangenomen, en roept het landelijk bestuur op om op een volgende vergadering met een beter onderbouwd en uitgewerkt voorstel te komen, in samenhang met eventuele andere financiële voorstellen.

Mocht dit amendement het om wat voor reden dan ook niet halen, dan rest ons niets anders dan tegen het hele voorstel te stemmen.

Overigens hebben we deze pagina gemaakt omdat het landelijk bestuur ons amendement pas op de landelijke website zet op 5 november, de aller-uiterste datum waarop ze het moeten doen…

Het is belangrijk dat we op het congres met voldoende mensen zijn die weten dat dit speelt, omdat het voorstelbaar is dat leden die nog geen voorkennis hebben, makkelijk overtuigd kunnen worden door het verhaal van de het landelijk bestuur; zeker als dit indringend wordt gebracht en dat zou zo maar kunnen gebeuren.

Als je vragen hebt, of wilt laten weten wat je van het voorstel of het amendement vindt, stuur dan een berichtje naar marco @ d66woerden.nl

Tot 9 november. Om 10:30 uur is de stemming over het voorstel!
Marco Frijlink

 

Laatst gewijzigd op 23 oktober 2019